Kennisbank

Wat is psychopathie? Wat kenmerken, tests en hersenonderzoek je vertellen

Wat is psychopathie en hoe wordt het onderzocht? Begrijp de kenmerken, verschillende percentages en de grenzen van een test of hersenscan, met Nederlandse research.

TrueCrime.today Editorial10 min. lezen
Conceptuele beoordelingsruimte met twee lege stoelen, anonieme mappen en een TrueCrime.today-notitieboek.

TL;DR

Psychopathie is een begrip voor een combinatie van persoonlijkheidskenmerken, waaronder ongevoeligheid, weinig berouw, het uitbuiten van anderen en problemen met gedragsbeheersing. Onderzoekers gebruiken verschillende modellen en meetinstrumenten. Een beoordeling vraagt om een gecontroleerde voorgeschiedenis; een gezicht, een online score of een gekleurde hersenscan levert die niet.

Zie je hersenonderzoek bij een misdaadverhaal, vraag dan eerst wie er onderzocht zijn en wat de vergelijking betekent. We hebben de hier besproken onderzoeksgegevens voor het laatst gecontroleerd op 22 oktober 2026.

Wat betekent psychopathie eigenlijk?

Onder een documentaire wordt iemand al snel een psychopaat genoemd omdat die persoon opvallend kalm blijft. Op een andere plek krijgt juist een woedende reactie hetzelfde etiket. Het woord lijkt dan veel te verklaren, terwijl onduidelijk blijft welke kenmerken worden bedoeld.

In onderzoek gaat het om een patroon. Ongevoeligheid betreft weinig aandacht voor het leed van anderen; berouw gaat over de reactie op zelf aangerichte schade. Manipulatie en aanhoudende onverantwoordelijkheid kunnen eveneens deel uitmaken van het onderzochte beeld. Hoe ze worden gecombineerd, hangt van het model af.

Binnen de criminele psychologie blijft de vraag naar iemands persoonlijkheid gescheiden van het bewijs voor een gebeurtenis. Ook na een zorgvuldige beoordeling moet je nog nagaan wie iets deed, wanneer en op grond van welke gegevens. Een persoonlijkheidsbeschrijving vult een ontbrekend bewijsstuk niet aan.

Wat een Nijmeegs hersenonderzoek vergeleek

Een onderzoeksbericht van het Radboudumc uit 2016 beschrijft 14 veroordeelde deelnemers met psychopathie en 20 niet-criminele deelnemers. Van die laatste groep scoorde de helft hoog op een psychopathieschaal. De onderzoekers vergeleken hersenactiviteit tijdens taken rond beloning en bespraken verschillen in verbindingen die met zelfbeheersing samenhangen.

Het Nijmeegse onderzoek vergeleek 14 veroordeelde en 20 niet-criminele deelnemers; tien van de twintig scoorden hoog, en de bevindingen betroffen groepen.

Opgeteld gaat het om 14 + 20 = 34 deelnemers. De tien hoog scorende mensen binnen de tweede groep zijn geen derde groep boven op die 34. En dat tien van deze twintig hoog scoorden, betekent niet dat de helft van de bevolking zulke scores heeft: de deelnemers zijn voor een onderzoek geselecteerd.

Het oorspronkelijke bericht benadrukt dat de bevindingen op groepsniveau betekenis hebben. Dat voorbehoud hoort bij de uitkomst, ook wanneer een afbeelding later naast een verhaal over één persoon verschijnt. Het onderzoek leverde geen persoonlijke scanuitslag voor die hoofdpersoon.

Waarom een groepsverschil geen persoonlijke scanuitslag is

Een gemiddelde kan tussen groepen verschillen terwijl individuele waarden elkaar overlappen. Zonder te weten hoe de afzonderlijke uitkomsten verdeeld zijn, kun je een onbekende persoon niet simpelweg bij een groep indelen. Een sterke kleur in een figuur laat die foutenmarge niet vanzelf zien.

Daar komt de onderzochte taak bij. Reageren op een beloningssignaal in een scanner is iets anders dan handelen in een langdurige relatie. Een verband kan helpen om een mechanisme te onderzoeken zonder meteen een verklaring voor ieder dagelijks gedrag te geven.

Je hoeft hersenonderzoek dus niet af te wijzen om de grenzen serieus te nemen. De nuttige vraag is welk verschil gemeten werd en welke aanvullende gegevens nodig zouden zijn voor een uitspraak over een individu. Een journalistiek portret heeft vaak een veel bredere vraag dan het experiment.

Welke kenmerken horen bij het begrip?

Het triarchische model van Patrick en collega’s uit 2009 onderscheidt onbevreesdheid of stoutmoedigheid, ongevoeligheid en ontremming. Het gaat om sociale zekerheid en weinig angst, uitbuitende neigingen en beperkte zorg om anderen, en moeite om impulsen te beheersen.

Deze dimensies hoeven niet allemaal even sterk te zijn. Over de rol van onbevreesdheid bestaat bovendien discussie. Je kunt onder druk rustig handelen zonder anderen te gebruiken. Een camera die zelfvertrouwen laat zien, geeft geen uitsluitsel over de overige kenmerken.

Andere modellen leggen meer nadruk op bepaalde emotionele of gedragsmatige aspecten. Daarom is het zinvol te weten wat een instrument opneemt en wat niet. Alleen de naam boven een uitslag is te weinig om scores uit verschillende onderzoeken gelijk te stellen.

Hoe onderzoekers aan verschillende percentages komen

Een meta-analyse van Sanz-García en collega’s uit 2021 bracht 15 studies met 16 steekproeven en 11.497 volwassenen samen. De gezamenlijke schatting was 4,5%, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van 1,6 tot 7,9%. Bij de PCL-R-familie was de schatting 1,2%; bij andere instrumenten 5,4%.

Verschillende instrumentengroepen leveren verschillende prevalentieschattingen met brede intervallen; de vergelijking laat geen stijging door de tijd zien.

Die laatste percentages zijn geen twee meetjaren. De onderzoekers vergeleken groepen studies waarin ook de deelnemers en de werving konden verschillen. Het was evenmin een gecontroleerde vergelijking waarbij iedereen beide instrumenten kreeg en uitsluitend het instrument veranderde.

De cijfers geven dus geen actuele telling van Nederland of jouw buurt. Daarvoor moet de steekproef de bedoelde bevolking voldoende vertegenwoordigen. Zowel de selectie als het brede interval hoort bij de betekenis van de schatting.

Wat er naast een gesprek nodig is

De oorspronkelijke uitgever beschrijft de PCL-R voor volwassenen als een instrument met 20 onderdelen, een interview en aanvullende informatie. Als tijd noemt de uitgever 90 tot 120 minuten voor het gesprek en 60 minuten voor het doornemen van andere gegevens. Dat maakt zichtbaar hoeveel werk ontbreekt in een beoordeling van een kort fragment.

Aanvullende informatie helpt om een verhaal te vergelijken met een langere geschiedenis en relevante stukken. Die stukken moeten zelf ook kritisch worden bekeken. Een beschuldiging blijft een bewering die steun nodig heeft; een score maakt tegenstrijdigheden niet ongedaan.

Bij het onderzoeken van een true-crimezaak is daarom de precieze conclusie van een deskundige belangrijk. Een opmerking over enkele uitgesproken trekken kan in een samenvatting veel stelliger worden. Houd de oorspronkelijke uitspraak en de latere uitleg uit elkaar om te weten wat werkelijk is beoordeeld.

Een woord met een voorgeschiedenis

Klinische beschrijvingen van Cleckley en de latere instrumenten van Hare hebben het moderne begrip sterk beïnvloed. Ze hielpen om kenmerken systematischer te bespreken en te onderzoeken. Daarmee verdwenen de vragen over de afbakening niet.

Een ouder boek kan dezelfde term ruimer gebruiken dan een hedendaagse studie. Ook kan de rol van antisociaal gedrag anders zijn uitgewerkt. De herkomst van een beschrijving helpt je om die verschillen te begrijpen.

Ga daarom na welke definitie in de tekst zelf staat. Een historische beschrijving kan niet zonder nieuwe beoordeling op een huidige persoon worden geplakt. Een herkenbaar verhaal is nog geen gecontroleerde voorgeschiedenis.

Het verdwenen gereedschap in het repaircafé

Stel je een verzonnen repaircafé voor waar een duur meetapparaat ontbreekt. Degene die het geleend heeft, zegt ontspannen dat het teruggebracht is. Een vrijwilliger vindt die ontspannen houding verdacht en noemt het psychopathie.

Eerst zijn uitleenregistratie, berichten en waarnemingen rond de overdracht van belang. Het apparaat kan verkeerd zijn opgeborgen, zijn doorgeleend of bewust zijn gehouden. De manier waarop iemand antwoordt, beslist niet welke mogelijkheid klopt.

Als het bewust achterhouden wordt aangetoond, verdient de schade aandacht zonder een verzonnen diagnose. Als een ontvangstbewijs het verhaal corrigeert, moet dat eveneens worden meegenomen. Een klinische vraag over een langdurig patroon vraagt andere gegevens dan de vraag waar het apparaat is gebleven.

Een emotie begrijpen en erom geven

Je kunt herkennen dat iemand bang is zonder in dezelfde mate zorg om die angst te voelen. Het begrijpen van een emotie en het betrokken reageren op andermans leed zijn verschillende aspecten. Onderzoek moet aangeven welke daarvan wordt gemeten.

Een raak geformuleerde opmerking in een gesprek kan begrip laten vermoeden, maar meet niet iemands gehele gevoelsleven. De handelingen die erop volgen en het gedrag in andere relaties blijven van belang. Een label als volkomen emotieloos gaat al snel verder dan de beschikbare informatie.

Ook een warme indruk bewijst niet dat iemand consequent rekening houdt met anderen. Je kunt het getoonde gedrag beschrijven en de uitspraken controleren zonder daaruit meteen een volledige persoonlijkheid af te leiden.

Wat de antisociale persoonlijkheidsstoornis ermee te maken heeft

De antisociale persoonlijkheidsstoornis betreft een aanhoudend patroon van het negeren of schenden van rechten van anderen. Het onderzoek naar psychopathie overlapt daarmee en legt ook nadruk op emotionele en interpersoonlijke kenmerken. De begrippen zijn bij het lezen van onderzoeksresultaten niet uitwisselbaar.

Vooral bij behandeling maakt dat uit. Een groep die is geselecteerd op de antisociale persoonlijkheidsstoornis vertegenwoordigt niet automatisch iedereen met hoog scorende psychopathische trekken. De criteria waarmee mensen werden toegelaten, beperken de conclusie.

Ook woorden als narcisme en sociopathie leveren zonder definitie weinig duidelijkheid op. Als een onderscheid iets moet verklaren, moet je kunnen nagaan welke kenmerken ermee bedoeld worden en hoe die zijn vastgesteld.

Wat een risicoschatting wel en niet oplost

Onderzoekers kunnen verbanden vinden tussen scores en later gedrag. Voor de betekenis daarvan zijn de groep, de duur van de opvolging en de uitkomst nodig. Opnieuw veroordeeld worden binnen een bepaalde periode is een andere maat dan agressie tijdens een taak.

Daarnaast moet duidelijk zijn hoe vaak een voorspelling ten onrechte alarm slaat. Een verband geeft geen onvermijdelijke toekomst voor iedere persoon. Sommige instrumenten bevatten ook eerder antisociaal gedrag, dat zelf al met latere uitkomsten kan samenhangen.

Voor een concreet strafbaar feit blijven de gegevens over de handeling en betrokkenheid nodig. Een persoonlijkheidsscore is geen percentage schuld. Andersom maakt het ontbreken van een score gedocumenteerde bedreiging of uitbuiting niet onbelangrijk.

Verandering vraagt om een duidelijke uitkomst

Bij de ontwikkeling van kenmerken worden biologische, omgevings- en ontwikkelingsinvloeden onderzocht. Een samenhang met een factor laat niet zien dat die bij elk individu de enige voldoende oorzaak is. Ze vertelt evenmin op zichzelf wat ondersteuning kan veranderen.

Daarom moet verbetering een meetbare betekenis krijgen. Minder agressieve incidenten, betere impulsbeheersing en een andere score op een persoonlijkheidsmaat zijn verschillende uitkomsten. Een vooruitgang op één punt mag niet worden verkocht als het verdwijnen van alles.

Dat is ook van belang voor sombere conclusies. Een onderzoek dat geen volledige verandering van persoonlijkheid aantoont, kan nog steeds iets nuttigs zeggen over het verminderen van schade. Zowel wonderbeloften als uitspraken dat hulp altijd zinloos is, vragen passend bewijs.

Wat we leren van de MOAM-studie

De in 2025 gerapporteerde MOAM-studie onderzocht 313 volwassen mannen met een antisociale persoonlijkheidsstoornis onder probationtoezicht in Engeland en Wales. Van hen kregen 157 gedurende een jaar aangepaste mentalisatiebevorderende behandeling naast de gebruikelijke begeleiding; 156 kregen de gebruikelijke begeleiding. Het verslag van het betrokken UCL-team beschreef minder agressie in de behandelgroep.

Die bevinding gaat over een bepaalde aanpak en een afgebakende groep. Ze toont niet aan dat alle psychopathische trekken bij iedereen verdwenen. Wel levert ze concrete informatie voor de vraag of schadelijk gedrag in deze omgeving kan afnemen.

Mentaliseren gaat over het begrijpen van de eigen mentale toestanden en die van anderen. Een losse oefening of een tip op sociale media is niet hetzelfde als het onderzochte professionele programma. De deelnemers, aanpak en uitkomst moeten bij elkaar blijven als je het resultaat bespreekt.

Waarom je bij kinderen anders moet kijken

Kinderen en jongeren ontwikkelen nog manieren om impulsen te beheersen en relaties aan te gaan. Onderzoek kan kijken naar gevoelloze trekken of gedragsproblemen zonder er een vaste volwassen identiteit van te maken. De volwassen PCL-R wordt door de uitgever beschreven vanaf 18 jaar.

Wanneer gedrag schade veroorzaakt, zijn frequentie, omstandigheden en andere moeilijkheden belangrijk voor passende hulp. Een enkele harde uitspraak voorspelt geen heel leven. Het probleem concreet beschrijven maakt de vraag naar ondersteuning juist duidelijker.

Een onveranderlijk etiket kan ervoor zorgen dat volwassenen iedere nieuwe handeling als bevestiging zien. Dan vallen veranderingen of omstandigheden die om aandacht vragen minder op. Een zorgvuldige beschrijving laat die mogelijkheden open.

Vragen die na een documentaire blijven hangen

Een indrukwekkend portret laat vaak vragen achter over uiterlijk en zelfherkenning. Die verdienen andere antwoorden dan een snelle indruk van het hoofdpersonage.

Kun je het aan iemands ogen zien?

Een blik laat niet de voorgeschiedenis zien die nodig is voor een persoonlijkheidsbeoordeling. Ook een onderzoek naar een specifieke reactie van de ogen maakt een gewone video niet tot zo’n beoordeling. Een bewering over een gebeurtenis controleer je aan de hand van informatie over die gebeurtenis.

Wat als je jezelf herkent in een vragenlijst?

Zelfrapportage kan een onderzoeksinstrument zijn wanneer doel en beperkingen bekend zijn. Een online uitslag geeft niet automatisch de nodige geschiedenis en professionele uitleg. Als je je zorgen maakt, kun je het concrete gedrag of de situatie met een deskundige bespreken zonder de uitslag al als diagnose te behandelen.

Wat je meeneemt naar het volgende verhaal

Vraag of de uitspraak gaat over een zichtbaar gedrag, een onderzocht persoonlijkheidskenmerk of een bewezen gebeurtenis. Zoek vervolgens welke gegevens precies die stap ondersteunen. Een kleur in een scan of een hoge score hoeft het ontbrekende deel niet in te vullen.

Zo kun je onderzoek serieus nemen en schade helder bespreken, terwijl vragen waarvoor nog geen bewijs is ook werkelijk openblijven.

Een praktische kanttekening

Je kunt vragen stellen over een studie, een percentage of de uitleg van een beoordeling. Stuur geen medische dossiers of persoonlijke documenten.

Een vraag over het onderzoek stellen
Kennisbank

Begin met de vragen die tellen.