Forensische taalkunde: wie schreef dat bericht?
Hoe het NFI schrijvers vergelijkt, waarom een kandidatenlijst ertoe doet en wat taalonderzoek kan zeggen over berichten, betekenis en waarheid.

Je ziet een bericht dat volgens een documentaire door één van drie mensen is geschreven. Een programma vindt de beste overeenkomst en de verteller noemt een naam. Maar stond de echte schrijver wel tussen die drie? Bij forensische taalkunde hoort niet alleen kijken naar overeenkomsten. Je moet ook weten welke vraag het onderzoek mocht beantwoorden en welke mogelijkheden buiten beeld bleven.
TL;DR
Forensische taalkunde onderzoekt taal die van belang is voor een onderzoek of rechtszaak. Bij auteurschapsherkenning worden teksten vergeleken op schrijfkenmerken. De beste overeenkomst binnen een groep is geen garantie dat de werkelijke schrijver in die groep zit. Betekenis, auteurschap en de waarheid van een verhaal zijn afzonderlijke vragen. Een percentage uit een experiment geeft niet vanzelf de kans dat iemand jouw ene bericht schreef.
Wie staan er eigenlijk op de kandidatenlijst?
Stel je een verzonnen bericht voor: «Ik heb de sleutel teruggelegd.» Er zijn teksten van drie huisgenoten beschikbaar, dus een programma vergelijkt het bericht met A, B en C. Het kiest B. Dat kan een bruikbare uitkomst zijn voor die vergelijking, maar een bezoeker D is nog niet onderzocht.
Er zijn dan twee vragen. Lijkt het bericht meer op B dan op A en C? En zijn er goede redenen om aan te nemen dat alleen A, B of C het geschreven kan hebben? De eerste vraag kan met taalonderzoek worden benaderd. De tweede vraagt ook kennis over de situatie.
Bij true crime hoor je soms alleen de gevonden overeenkomst, terwijl de selectie van kandidaten niet wordt uitgelegd. Juist die selectie kan bepalen hoeveel de uitkomst je vertelt. Een naam noemen is makkelijker dan laten zien welke andere mogelijkheden zijn onderzocht.
Waar kijkt het NFI naar bij auteurschap?
Het Nederlands Forensisch Instituut beschrijft in een bericht van 26 april 2024 over auteurschapsherkenning hoe onderzoekers frequente functiewoorden combineren met opvallende taalkenmerken. Functiewoorden zijn bijvoorbeeld woorden als «en» en «de», die minder direct aan één onderwerp vastzitten. De onderzoekers bekijken daarnaast bijzonderheden, zoals taalfouten of ongebruikelijke formuleringen.
Dat verklaart waarom dezelfde woorden over een sleutel niet voldoende hoeven te zijn. Huisgenoten schrijven over hetzelfde onderwerp en kunnen elkaars uitdrukkingen overnemen. Je wilt weten wat de vergelijking toevoegt boven op die gedeelde situatie.
Het NFI beschrijft onderzoekspraktijk, geen algemene foutkans voor elk appje. De uitleg is nuttig om de juiste vragen te stellen; zij maakt een korte tekst niet automatisch beslissend bewijs.
Waarom heb je zoveel vergelijkingsmateriaal nodig?
In het beschreven NFI-onderzoek werden honderden mails van drie mogelijke schrijvers vergeleken. Dat is iets anders dan twee losse berichten naast elkaar leggen en een gedeeld uitroepteken aanwijzen. Meer onafhankelijk materiaal kan helpen om een terugkerende gewoonte te onderscheiden van een toevallige overeenkomst.
De herkomst blijft belangrijk. Zijn de teksten echt door de bekende persoon geschreven? Zijn ze bewerkt? En lijken de omstandigheden op die van het onderzochte bericht? Een formele mail en een haastig appje kunnen verschillende kenmerken laten zien bij dezelfde schrijver.

De afbeelding houdt die onbekende schrijver zichtbaar. Bij ons onderzoek van een true-crimezaak willen we om dezelfde reden weten welke alternatieven zijn nagegaan voordat we een uitkomst zwaarder laten wegen.
Wat zegt 98,5 procent over jouw ene bericht?
In een auteurschapsexperiment uit 2020 met Engelse tweets leverden 40 gebruikers elk 120 tot 200 berichten. De verdeling tussen bekend materiaal en testmateriaal was 70/30; een kenmerkenmethode behaalde 98,5 procent juiste toewijzingen met gebundelde berichten. Een andere uitkomst, 97 procent voor tekenreeksen, gold voor tien gebruikers.
Het percentage hoort bij dat experiment, niet bij de kans dat B ons sleutelbericht schreef. De taal, teksthoeveelheid en beschikbare auteurs verschillen. Bovendien zegt kiezen tussen bekende gebruikers nog niet hoe het systeem omgaat met een schrijver die ontbreekt. De proef meet geen schuld en geen universele herkenning van één Nederlands appje.
Hoe kan hetzelfde taalgebruik bij anderen ontstaan?
In ons voorbeeld schrijven alle huisgenoten «sleutel terug». Misschien staat dat op een briefje bij de deur. Dan is de gemeenschappelijke bron een eenvoudige verklaring voor dezelfde woordkeus. Misschien is het ook gewoon de gebruikelijke manier om die handeling te beschrijven.
Een opvallende fout kan meer aandacht verdienen, maar vraagt nog steeds om vergelijking. Komt de fout in andere, onafhankelijke teksten terug? Zijn er ook kenmerken die niet overeenkomen? Als je alleen de passende voorbeelden selecteert, wordt de uitkomst afhankelijk van jouw selectie.
Een tekst kan bovendien door meerdere mensen zijn gemaakt. Iemand schrijft een versie, een ander past de tekst aan en een derde verstuurt het bericht. Dan kunnen schrijver, redacteur en afzender verschillende personen zijn. De vraag naar één auteur verdient eerst uitleg.
Kun je aan woorden zien of iemand liegt?
Daarvoor heb je ander onderzoek nodig dan auteurschapsherkenning. Een uitspraak kan door de juiste persoon zijn geschreven en toch niet kloppen. Omgekeerd maakt een onbeholpen formulering een herinnering niet onwaar.
De uitgebreide meta-analyse van Oberlader en collega’s uit 2021 omvatte 71 onderzoeken naar de beoordeling van de inhoud van verklaringen. Zij vond onder voorwaarden steun voor CBCA en Reality Monitoring, met verschillen tussen onderzoeken; SCAN maakte geen betrouwbare scheiding. Dat resultaat gaat niet over het herkennen van schrijvers.
Voor jou is het onderscheid praktisch: een video die een schrijfkenmerk als leugensignaal presenteert, moet bewijs voor dat signaal geven. Een goed auteurschapsresultaat kan die andere bewering niet onderbouwen. Zoek naar een controleerbaar verschil in de verklaring, in plaats van één verdacht woord als bewijs te behandelen.
Wat verdwijnt er als je alleen de ondertiteling leest?
Een ondertitel kan inkorten, een onduidelijke passage invullen of leestekens toevoegen. Als je vervolgens het ritme of de woordkeus onderzoekt, moet je weten welke onderdelen uit de opname komen en welke uit de bewerking.
Neem een verzonnen gesprek: «Heb je de sleutel zelf teruggelegd?» Antwoord: «Nee, ik zag hem daar liggen.» Een samenvatting «De persoon ontkent dat de sleutel terug was» verandert de inhoud. De ontkenning gaat over zelf terugleggen, niet over de aanwezigheid van de sleutel.
Met vraag en antwoord naast elkaar kun je die verandering aanwijzen. Daarvoor hoef je niet te weten wat de spreker dacht. Je onderzoekt wat er gezegd is en welke bewering de samenvatting eraan toevoegt.
Welke conclusie past bij het onderzoek?
Een conclusie moet teruggaan naar de onderzochte vraag. Ging het om twee accounts met mogelijk dezelfde schrijver? Om betekenis? Om vergelijking tussen een beperkte groep? Deze uitkomsten mogen bij het navertellen niet ongemerkt in elkaar overgaan.
Vraag welke teksten, verschillen en alternatieven het oordeel dragen. Als het beschikbare materiaal onvoldoende is, hoort dat erbij. Een onbeantwoorde vraag is minder aantrekkelijk voor een documentaire, maar eerlijker dan een zekerheid die het onderzoek niet levert.
Ook sterke steun voor auteurschap is nog geen bewijs dat de schrijver de beschreven handeling verrichtte. Daarvoor zijn gegevens over die handeling nodig. Taal kan een deel van de puzzel onderzoeken zonder alle stukken te vervangen.
Wat kun je zelf controleren zonder iemand aan te wijzen?
Zoek de volledige openbare bron en formuleer één vraag. In ons sleutelvoorbeeld: kwam de gedeelde formulering uit het briefje, welke teksten zijn vergeleken en waarom ontbreken andere mogelijke schrijvers? Zulke vragen helpen het verhaal te beoordelen zonder zelf een onbekende persoon te beschuldigen.
We hebben deze bronnen voor het laatst gecontroleerd op 10 oktober 2026. De genoemde onderzoeken hebben hun eigen materiaal en beperkingen. Wanneer de volgende documentaire een naam bij een overeenkomst zet, kijk dan ook naar de kandidatenlijst. De beste match wordt pas begrijpelijk als je weet waaruit werd gekozen.
Wil je een bewering over een bericht bespreken? Stuur de openbare bron en je precieze vraag, zonder privégesprekken of persoonsgegevens.
Een vraag over taalonderzoek stellen