Kennisbank

Micro-expressies en leugens: wat kun je uit een gezicht afleiden?

Kun je met micro-expressies leugens herkennen? Onderzoeken, tijdgrenzen, trainingsscores en voorbeelden laten zien welke conclusies een gezicht wel toelaat.

TrueCrime.today Editorial7 min. lezen
Denkbeeldige onderzoekstafel met een loep, anonieme silhouetten op film en een TrueCrime.today-notitieboek.

TL;DR

Micro-expressies vormen op zichzelf geen betrouwbare leugentest. Onderzoek naar korte gezichtsbewegingen kan gaan over verborgen emoties, het benoemen van gevoelens of verschillen tussen experimentele groepen. Voor een oordeel over een uitspraak moet ook vaststaan wat er werkelijk gebeurde. Vraag bij een hoge score dus eerst welk antwoord als goed werd gerekend.

Welke vraag beantwoordt die hoge score?

Je ziet software die bij een interview een emotie naast het gezicht zet. Even later verschijnt het woord misleiding in het commentaar. Het lijkt alsof de tweede conclusie vanzelf uit de eerste volgt. Maar het programma kan een beweging hebben gevonden zonder te weten of het verhaal klopt.

Bij leugens herkennen bepaalt de gekozen toets wat een succes betekent. Een systeem dat goed overeenkomt met menselijke emotielabels heeft iets anders laten zien dan een systeem dat uitspraken vergelijkt met onafhankelijk bekende feiten. Zelfs overeenstemming tussen alle beoordelaars kan samengaan met een verkeerde verklaring.

Sophie van der Zee bespreekt op de website van de Erasmus Universiteit in 2026 waarom er geen eenvoudig betrouwbaar non-verbaal signaal bestaat dat een leugenaar ontmaskert. Voor jou als kijker is vooral de vervolgvraag bruikbaar: welke controle maakt van een overtuigende indruk een toetsbare uitspraak? Daar begint de beoordeling van de belofte.

Een beweging vinden is een aparte taak

Micro-expressies zijn zeer korte gezichtsuitdrukkingen die worden onderzocht als mogelijke uitingen van een onderdrukte emotie. Een programma kan eerst proberen het begin en einde van zo’n beweging te vinden. Daarna kan een ander onderdeel er een categorie aan geven. Beide onderdelen kunnen fouten maken.

Het Facial Action Coding System, meestal FACS genoemd, beschrijft zichtbare bewegingen met actie-eenheden. Dat geeft beoordelaars een preciezere taal dan „een verdachte blik”. De code zelf bevat nog geen gecontroleerde informatie over de reden van de beweging of de waarheid van het antwoord.

Bij het onderzoeken van een truecrimezaak is dat onderscheid praktisch. Je kunt vastleggen waar iemand reageert en welke vraag ervoor kwam. Om een bewering over een sleutel, afspraak of reis te controleren, heb je vervolgens gegevens nodig die juist dat onderdeel van het verhaal toetsen.

Drie verschillende goede antwoorden: een beweging vinden, een emotie benoemen en een uitspraak controleren. Elke taak heeft een eigen vergelijkingspunt.

Hetzelfde gezicht, een andere tijdgrens

Ook de definitie van de beweging verschilt. In sommige onderzoeken duurt een micro-expressie ongeveer 40 tot 200 milliseconden. Andere onderzoekers nemen gebeurtenissen tot een halve seconde mee. Verder kun je de tijd tot het sterkste punt meten of de hele beweging van begin tot eind.

Yan en collega’s onderzochten dat verschil in 2013. Als je een ruimere grens kiest, vallen er andere gebeurtenissen binnen je telling. Een hoger aantal gevonden uitdrukkingen kan daardoor ontstaan zonder dat je beter bent geworden in het onderscheiden van ware en onware verhalen.

De studie van Matsumoto en Hwang uit 2018 laat zien waarom dit ertoe doet. Bij 77 deelnemers aan een nagebootste veiligheidscontrole verschilden de groepen met ware en onware antwoorden in gecombineerde negatieve expressies onder grenzen van 0,40 en 0,50 seconde. Bij 0,30 seconde en het venster van 40–200 milliseconden werd dat verschil niet gevonden.

Wat zeggen de aantallen uit de onderzoeken?

Het positieve resultaat van 2018 hoort bij een specifieke taak over toekomstige bedoelingen. De combinatie van emoties en de verschillende onderzochte tijdgrenzen horen bij de uitleg. De auteurs meldden bovendien hun werk bij Humintell, een bedrijf dat bijbehorende producten verkoopt. Dat belang is relevant bij de beoordeling, naast de methode en onafhankelijke herhaling.

Een eerder experiment van Porter en ten Brinke uit 2008 telde 697 uitdrukkingen en 104.550 filmbeelden bij het verbergen of uitbeelden van emoties. Volgens de smalle definitie kwamen micro-expressies voor in ongeveer 2% van de uitdrukkingen, bij rond 22% van de deelnemers. Andere vormen van emotionele lekkage kwamen vaker voor.

Je kunt met deze aantallen iets zeggen over de zeldzaamheid van de gekozen categorie. Je kunt er geen percentage correct ontmaskerde verdachten van maken. Het aandeel uitdrukkingen, het aandeel personen en het aandeel juiste oordelen zijn drie verschillende breuken.

Een betere oefenscore na drie weken

In het pilotonderzoek naar micro-expressietraining uit 2025 werden 27 volwassenen met een sombere stemming geanalyseerd. De herkenningsscore voor emoties steeg in drie weken van 37,4% naar 57,2%, tussen de eerste poging en de laatste sessie. Ons verschil van 19,8 procentpunt is de aftreksom van die twee percentages.

Er was geen controlegroep en deelnemers hoefden geen ware en onware verhalen te onderscheiden. De stijging hoort dus bij de geoefende herkenningstaak. Een verklaring van het hele verschil door één trainingsonderdeel of een conclusie over verhoren zou verder gaan dan deze proef.

Döllinger en collega’s vonden in 2021 verbeteringen die vooral bij de geoefende vaardigheid hoorden. Een algemene overdracht tussen de twee onderzochte vormen van emotieherkenning bleek niet. Wil je weten of een cursus je helpt in nieuwe gesprekken, dan is een toets met juist zulke nieuwe situaties nodig.

Hoe een vertraagd beeld je oordeel stuurt

Een beweging van 200 milliseconden neemt bij acht keer langzamere weergave 1,6 seconde in beslag. Dat volgt uit 0,2 maal 8. De oorspronkelijke gebeurtenis duurde nog steeds 0,2 seconde. Je krijgt meer kijktijd voor dezelfde opgenomen informatie.

Bij een denkbeeldige opname met 25 beelden per seconde ligt er 40 milliseconden tussen opeenvolgende meetmomenten. Het korte voorval beslaat vijf intervallen. Dat garandeert geen vijf heldere beelden van de volledige expressie: de plaats van de beweging tussen de meetmomenten, compressie en belichting tellen mee.

Een herhaling helpt misschien om het gezicht nauwkeurig te beschrijven. Tegelijk ga je wachten op precies dat ene detail. Terugkijken op gewone snelheid plaatst het weer tussen de woorden en andere reacties. Een los stilstaand beeld laat nog minder zien van hoe het begon en afliep.

Wie had de sleutel van de berging?

In een verzonnen gesprek vraagt iemand: „Had je de sleutel teruggelegd voordat de berging openging?” Het antwoord luidt: „Iedereen weet waar die sleutel ligt.” Daarbij schrikt de persoon even. De commentator noemt die reactie bewijs dat de sleutel bewust is achtergehouden.

Het antwoord vertelt iets over een gebruikelijke plek, maar laat het moment van terugleggen open. Je kunt naar dat moment vragen, naar wie de sleutel nog gebruikte en waarop de herinnering berust. De schrik kan passen bij een beschuldiging, een onverwachte vraag of verborgen kennis. Het gezicht beslist niet welke verklaring klopt.

Stel dat er een sleutelregistratie verschijnt. Dan moet je uitzoeken of die het meenemen, terugbrengen of administratief aftekenen registreert. Een betrouwbaar gegeven kan één deelvraag oplossen. Het zegt daarmee nog niet waarom iemand schrok of wie de berging daadwerkelijk betrad.

Ook een neutrale reactie kan verkeerd uitpakken

Een kijker die al overtuigd is van schuld, kan een gespannen gezicht verdacht vinden en een rustig gezicht koud noemen. Dan verandert de conclusie niet meer met de waarneming. Elk gedrag krijgt achteraf een passende uitleg.

Voor de persoon in beeld kan zo’n oordeel zich verspreiden zonder de oorspronkelijke vraag. Bij een verklaring over geweld kan de verwachting van een „juiste” emotie extra zwaar wegen. Een relaas serieus onderzoeken vraagt om inhoudelijke vragen en bewijs, niet om een voorgeschreven manier van kijken of huilen.

Judee Burgoons academische kritiek uit 2018 bespreekt de ontbrekende één-op-éénrelaties tussen expressie, emotie en misleiding. Het is een onderbouwde bespreking van de redenering, geen extra experiment met een eigen nauwkeurigheidsscore. Die rolverdeling helpt om het debat eerlijk te lezen.

Wat een betrouwbare proef zou moeten bevatten

Voor een bruikbare leugentest moet vooraf vastliggen welke beweging meetelt, welke uitspraak wordt beoordeeld en hoe de waarheid bekend is. De beoordelaar hoort het juiste antwoord niet alvast te weten. Nieuwe personen en onafhankelijke opnames moeten voorkomen dat herkenning van het materiaal voor herkenning van misleiding doorgaat.

Je wilt daarnaast weten hoeveel ware uitspraken ten onrechte verdacht werden en hoeveel onware uitspraken zijn gemist. Alleen het totaal aantal goede antwoorden kan belangrijke fouten verbergen. Ook de verhouding tussen waarheid en leugen in de testgroep beïnvloedt wat een positief signaal in de praktijk betekent.

Voor software komt daar een vraag bij: helpt de gezichtsmeting boven op wat al uit woorden en omstandigheden bekend was? Een goede uitkomst op een verzameling emotielabels beantwoordt die vraag nog niet. De beloofde toepassing moet zelf worden onderzocht.

Hoe je een uitspraak voorlopig houdt

Noteer bij een opvallend fragment eerst het zichtbare gedrag en daarna de open vraag over de inhoud. Vermeld welke informatie je oordeel zou kunnen veranderen. Zo kan een ander je redenering controleren zonder jouw eerste indruk te hoeven delen.

De wetenschap kan leren hoe korte expressies ontstaan en welke herkenning je kunt oefenen. De stap naar de waarheid van één verhaal vraagt meer. Je mag een reactie opmerkelijk vinden en tegelijk erkennen dat de oorzaak nog onbekend is. Dat laat ruimte om de volgende controle serieus te nemen.

Een praktische kanttekening

Je kunt een vraag stellen over een onderzoek, tijdgrens of trainingsscore bij micro-expressies. Stuur geen privéopnames, paspoorten, contracten, bankgegevens of andere persoonlijke documenten.

Vraag over micro-expressies stellen
Kennisbank

Begin met de vragen die tellen.