Kennisbank

Cognitieve belasting en leugens: helpt een lastige vraag?

Waarom een haperend verhaal je kan misleiden. Onderzoek naar onverwachte vragen, reactietijden, achterstevoren vertellen en tegenstrijdigheden met bewijs.

TrueCrime.today Editorial9 min. lezen
Een denkbeeldige onderzoekstafel met recorder, kaartjes, schematische plattegrond en een TrueCrime.today-notitieboek.

Cognitieve belasting en leugens lijken goed bij elkaar te passen: wie iets verzint, moet meer nadenken. Maar jij kunt ook aarzelen wanneer je een echte herinnering nauwkeurig probeert op te halen. Als een verhaal tijdens een interview verandert, wil je daarom eerst weten wát er verandert en waarmee het botst.

TL;DR

Een lastige vraag kan bruikbare informatie opleveren, maar ook eerlijke antwoorden moeilijker maken. Sommige interviewexperimenten vonden een betere herkenning van leugens; andere vonden geen voordeel of een kleiner verschil tussen waarheid en leugen. Geestelijke inspanning, meer details en een tegenspraak met bewijs zijn afzonderlijke uitkomsten. Een pauze vertelt op zichzelf weinig over de oorzaak.

Een verhaal dat verandert, hoeft niet verzonnen te zijn

Je hoort iemand eerst zeggen dat een afspraak na de lunch plaatsvond en later dat het misschien eerder was. Dat kan een leugen zijn die wordt aangepast. Het kan ook een correctie van een onzekere herinnering zijn. Alleen de verandering benoemen vertelt nog niet welke uitleg klopt.

Erasmusonderzoeker Sophie van der Zee bespreekt in een universitaire bijdrage hoe voorbereide leugens juist consistent kunnen blijven. Een tegenspraak met bewijsmiddelen stelt een andere vraag dan een verschil tussen twee versies van hetzelfde verhaal. Die onderscheiding geeft je een concreter aanknopingspunt.

Bij leugens herkennen moet een aanwijzing aantoonbaar helpen onderscheid te maken. Een onveranderlijk verhaal kan ingestudeerd zijn, terwijl een waar verhaal nieuwe details krijgt. Geen van beide eigenschappen vormt op zichzelf een doorslaggevende test.

Welk soort tegenstrijdigheid bedoelen we?

Er zijn minstens drie vergelijkingen mogelijk. Twee uitspraken van dezelfde persoon kunnen verschillen. Een uitspraak kan botsen met een document. Of twee onafhankelijke bronnen kunnen elkaar tegenspreken. Iedere vergelijking vraagt eerst of beide bronnen over hetzelfde feit gaan.

De forensische taalkunde kijkt mede naar de context waarin woorden betekenis krijgen. „Ik heb hem daar niet gezien” ontkent een waarneming. „Hij was daar niet” doet een ruimere uitspraak. Wie die zinnen als gelijk behandelt, kan een conflict maken dat er oorspronkelijk niet was.

Ook een echt document vraagt interpretatie. Een betaalbewijs registreert een betaling; het bewijst niet vanzelf wie het gekochte voorwerp later gebruikte. Pas als de bewering en de betekenis van het document helder zijn, kun je vaststellen wat elkaar werkelijk tegenspreekt.

Twee versies, een verhaal tegenover een bewijsstuk en twee bronnen over hetzelfde feit vragen verschillende vergelijkingen.

Waarom bewijs later bespreken verschil kan maken

De strategische inzet van bewijs, vaak SUE genoemd, onderzoekt onder meer hoe je eerst een verklaring krijgt en daarna bekende informatie bespreekt. In een experiment uit 2006 namen 82 politiestudenten en 82 deelnemers in een verdachte rol deel.

De studie naar training in strategisch bewijsgebruik vond 85,4% nauwkeurigheid bij de getrainde groep, tegenover 56,1% bij de ongetrainde groep. De getrainde interviewers brachten meer verschillen tussen onware verklaringen en bewijs naar voren.

Dat positieve resultaat verdient aandacht. Het is een uitkomst van een gecontroleerd experiment, zonder garantie op dezelfde nauwkeurigheid bij echte zaken. De relatie tussen een bewering en een bekend gegeven staat hier centraal. Het is te eenvoudig om de winst volledig toe te schrijven aan hoe moeilijk iemand keek.

Een overzicht uit 2021 vergeleek vroege, late en geleidelijke onthulling van bewijs. Meer tegenspraken en meer nieuwe onderzoeksinformatie bleken verschillende uitkomsten. Een voordeel voor het eerste betekent geen vastgesteld voordeel voor het tweede.

Waar komt cognitieve belasting erbij?

Tijdens een gesprek onthoud je de vraag, haal je herinneringen op en kies je woorden. Dat doet een beroep op het werkgeheugen. Wie liegt, kan extra moeten verzinnen, eerdere uitspraken bewaken en rekening houden met wat de ander al weet.

Daaruit volgt de gedachte dat een extra taak het verschil zichtbaar maakt. Achterstevoren vertellen of onverwachte ruimtelijke vragen beantwoorden kan een voorbereide versie doorkruisen. Maar zulke opdrachten belasten ook iemand die werkelijk aanwezig was.

Daarom moet een onderzoek meer aantonen dan toegenomen moeite. Het moet laten zien of de extra belasting het onderscheid verbetert. Een langzamer antwoord kan samengaan met minder nauwkeurige beoordelingen, wanneer ook de waarheidsgetrouwe antwoorden verdacht gaan lijken.

Wat onverwachte vragen bij 120 studenten opleverden

Een experiment uit 2018 onderzocht verklaringen over een opdracht met dozen op de campus van Sussex. Er waren 120 studenten: zestig moesten de waarheid vertellen en zestig moesten liegen. Tien promovendi hielden ieder twaalf interviews, zonder te weten welke opdracht de persoon had gekregen.

Het onderzoek naar onverwachte interviewvragen kwam uit op ongeveer 54% juiste beoordelingen in totaal, statistisch niet betrouwbaar boven kansniveau. Onverwachte vragen verbeterden de totale nauwkeurigheid niet. Ze maakten het herkennen van ware antwoorden lastiger, met slechts een marginale verbetering bij leugens.

Een spectaculaire reactie in één interview laat die keerzijde niet zien. Daarvoor moet je ook de eerlijke deelnemers tellen die verkeerd werden beoordeeld. De methode kan pas worden beoordeeld als beide soorten fouten zichtbaar zijn.

Hoe groot was het voordeel in de overzichtsstudies?

Vrij, Fisher en Blank voegden in hun overzicht uit 2017 resultaten van 26 experimenten samen. In veertien directe vergelijkingen bereikte de cognitieve aanpak 71% totale nauwkeurigheid, tegenover 56% bij de vergelijkingscondities. Daar zaten verschillende ingrepen en manieren van beoordelen in.

Mac Giolla en Luke onderzochten in 2021 specifiek menselijke beoordelingen. Hun metaanalyse bevatte 23 onafhankelijke steekproeven, 1.781 beoordelaars en 15.907 oordelen. Dezelfde beoordelaar kon meerdere oordelen geven. Het aantal oordelen is dus niet het aantal onafhankelijke mensen.

De gemiddelde nauwkeurigheid was ongeveer 60%. Een statistische correctie voor mogelijke publicatievertekening kwam rond 55% uit, met een onzekerheidsinterval dat 50% omvatte. Die correctie hangt van aannames af. Ze laat zien dat de geschatte winst onzekerder kan zijn dan de ongecorrigeerde uitkomst suggereert.

23 onafhankelijke steekproeven, 1.781 beoordelaars en 15.907 oordelen tellen verschillende dingen.

De overzichten beantwoorden niet precies dezelfde vraag. Je kunt hun percentages daarom niet als een dalende prestatielijn door de tijd tekenen. Je moet eerst weten welke studies, uitkomsten en beoordelaars werden meegeteld.

Een langere reactietijd kan het verschil juist verkleinen

Verschuere en collega’s bundelden in 2018 eenentwintig reactietijdstudies met 792 deelnemers. Elf studies waren ongepubliceerd. Liegen ging doorgaans trager dan de waarheid vertellen.

Extra belasting maakte dat verschil echter niet groter. Ware antwoorden vertraagden ook, waardoor de afstand tussen de groepen kleiner werd. De eenvoudige voorspelling dat moeilijker altijd beter onderscheid oplevert, hield hier geen stand.

Het ging om gestandaardiseerde reactietaken. Een lang interview is iets anders, dus de uitkomst mag niet op alle vraagtechnieken worden geplakt. Ze is wel een duidelijke reden om het effect op waarheidsgetrouwe antwoorden apart te meten.

De gereedschapskist en de digitale sleutel

Neem een verzonnen situatie. Iemand zegt een geleende gereedschapskist te hebben teruggebracht. Er is een reservering van een werkruimte en een log van een digitale sleutel. Bij de vraag wie de kist aannam, verandert de persoon het tijdstip en valt er een stilte.

De reservering gaat over een geplande toegang. Het log kan een handeling van een sleutel of account vastleggen. Geen van beide bewijst automatisch dat de kist aan de eigenaar is overhandigd. Daarvoor moet je weten wie de toegang gebruikte en wat er met het voorwerp gebeurde.

Stel dat de eigenaar op het genoemde tijdstip aantoonbaar elders was. Dan ontstaat een gerichte vraag over de overdracht. Een vergissing in tijd, een andere ontvanger of een onwaar verhaal blijven verschillende mogelijkheden. De stilte helpt niet om die zonder verdere gegevens uit elkaar te halen.

Achterstevoren vertellen verandert de taak

In een studie uit 2008 beschreven tachtig deelnemers een in scène gezette gebeurtenis, met een ware of onware versie. Achterstevoren vertellen leverde meer onderscheidende aanwijzingen op. Politiebeoordelaars konden de verklaringen daardoor beter indelen.

Dat is een positief resultaat. Het geeft geen grens van een paar seconden waarboven een antwoord onwaar wordt. De onderzoekers beoordeelden het resultaat van een bepaalde opdracht, niet alleen een losse hapering.

Als kijker heb je de volledige vraag nodig. Een montage kan de ingewikkelde opdracht weglaten en alleen de verwarring laten staan. Dan lijkt dezelfde reactie betekenisvoller dan wanneer je ziet wat eraan voorafging.

Meer vertellen geeft meer aanknopingspunten

Een uitvoeriger verklaring kan nieuwe controleerbare feiten opleveren. Denk aan een tussenstop, een aankoop of iemand die aanwezig was. Dat kan nuttig zijn zonder dat de gesprekstechniek de spreker betrouwbaar als eerlijk of oneerlijk indeelt.

Het aantal details is geen vervanging voor hun juistheid. Een verzonnen verhaal kan lang zijn. Iemand die weinig heeft waargenomen, kan een kort maar juist antwoord geven. De vraag is welke details uit eigen waarneming komen en wat daarvan kan worden bevestigd.

Bij de gereedschapskist maakt het verschil of iemand zag dat de kist naar binnen ging of alleen aannam dat dit gebeurde. Een goede vastlegging bewaart dat verschil. Door onzekerheid weg te poetsen wordt een verhaal stelliger, zonder dat de kennis toeneemt.

Ook een onderzoeker kan te veel tegelijk doen

Een experiment uit 2025 vergeleek 120 waarnemers die alleen geluid of geluid met beeld kregen. Ze beoordeelden zes oorspronkelijke verklaringen, drie waar en drie onwaar. De audiogroep bedacht meer en betere vervolgvragen en beoordeelde de verklaringen nauwkeuriger.

De gerapporteerde mentale belasting verschilde niet betrouwbaar tussen de groepen. De uitkomst bewijst daarom niet dat de veronderstelde extra belasting het verschil veroorzaakte. Ook blijven zes verklaringen een beperkte basis, hoeveel mensen daarover ook oordelen.

Het onderzoek rechtvaardigt niet dat beeldmateriaal verdwijnt. Het maakt wel de aandacht van de beoordelaar tot een onderzoeksvraag. Wanneer je eerst noteert wat er precies wordt beweerd, kun je daarna beter zien of het beeld een nieuw feit toevoegt of vooral je indruk versterkt.

Waarom een persoonlijk nulpunt niet genoeg is

Soms luidt het advies om iemand eerst over een onschuldig onderwerp te laten praten en daarna de verandering te zoeken. Maar een makkelijke vraag over het weer vraagt iets anders dan een precieze herinnering aan een conflict. Het verschil kan door de taak ontstaan.

Een vergelijking binnen één persoon neemt bovendien niet alle variatie weg. Voorbereiding, taalvaardigheid en wat iemand zich daadwerkelijk herinnert kunnen per onderwerp verschillen. Een bruikbare methode moet laten zien welke veranderingen iets over onwaarheid zeggen en welke andere oorzaken hebben.

Dat geldt ook voor zekerheid in de formulering. „Dat weet ik niet meer” kan een passende beschrijving van beperkte kennis zijn. Wie die mogelijkheid als verdacht behandelt, moedigt mensen aan om onzekerheid te verbergen of gaten met schattingen te vullen.

Wat je van een volgende studie wilt weten

Een overtuigende studie beschrijft vooraf wat telt als succes, wie de waarheid kende en welke informatie beoordelaars kregen. Onafhankelijke herhalingen en uiteenlopende verhalen zijn nodig om te zien of een voordeel blijft bestaan.

Daarnaast moeten de fouten bij ware en onware antwoorden apart worden gerapporteerd. Een gemiddelde kan verhullen dat een techniek vooral makkelijker verdenkingen oproept. Bij echte gevallen moet de controle uit onafhankelijk bewijs komen, niet uit het oordeel van de onderzochte methode zelf.

Het voorgestelde mechanisme verdient dezelfde aandacht. Als men zegt dat extra belasting de werking verklaart, wil je weten hoe die belasting is gemeten. Een beter resultaat kan interessant zijn terwijl de verklaring ervoor nog onzeker is.

Hoe je een interview met minder aannames bekijkt

Je kunt een pauze waarnemen zonder haar oorzaak te kennen. Je kunt ook een precieze bewering aanwijzen die niet past bij een bevestigd gegeven. Dat laatste maakt duidelijk welke vraag nog moet worden onderzocht.

Een goede vraag verdient aandacht wanneer ze een herinnering verduidelijkt of een controle mogelijk maakt. Bij het volgende interview kun je daarom zoeken naar wat er ná de reactie te verifiëren valt. Daarmee kom je vaak verder dan met de vraag of iemand er op het spannendste moment overtuigend uitzag.

Een praktische kanttekening

Je kunt een vraag stellen over cognitieve belasting, onverwachte interviewvragen of het vergelijken van een verklaring met bewijs. Stuur geen privéopnamen, paspoorten, contracten, bankgegevens of andere persoonlijke documenten.

Vraag over interviewonderzoek stellen
Kennisbank

Begin met de vragen die tellen.